Malick Pathé Sow stamt uit een oude familie van griots, de laawbe. Al vroeg wordt hij ingewijd in de muziek van de Peulh, een nomadenvolk uit het Noorden van Senegal. Hij ontpopt zich als een echt wonderkind, dat hem de bijnaam `le sur-doué´ of ´de hoogbegaafde´ oplevert. Vooral zijn meesterschap van het bespelen van de Hoddu, een Afrikaanse luit, levert hem heel wat bewonderaars op.
In 1978 richt hij samen met zijn vriend Baaba Maal de groep Yellitaare op die later wordt omgedoopt in Daande Lenol. Met deze groep boeken ze internationaal veel succes en nemen in 1991 op het Island-label de cd Baayo op. Midden jaren 90 verlaat hij Baaba Maal en vestigt zich in België waar hij zijn nieuwe groep Le Welnere vormt.
In de daarop volgende jaren blijft hij echter samenwerken met Baaba Maal, gaat regelmatig met hem op tour en doet ondermeer een project met Ernest Ranglin. In 1998 wordt de eerste cd Danniyanka uitgebracht op het Yoff-label van Baaba Maal. Deze cd wordt door de internationale muziekpers de hemel ingeschreven en is het begin van zijn solo-carrière. Malick zingt over de Peulhcultuur, zijn leven als Afrikaan in Europa, het lot van minder bedeelden in Afrika en verhaalt Afrikaanse mythes en legendes. De afgelopen jaren bracht hij drie cd’s onder eigen naam uit. Hij werkte mee aan Wouter Vandenabeele ’Chansons Sans Paroles’ en tourde ook met Olla Vogala ’Bruxelles-Dakar’. Met zijn laatste cd Maayo Men keert Malick terug naar zijn akoestische roots.
De Muzikanten :









